Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer steunt de terugkeer van de officiële beëdiging van makelaars. PvdA, SP, VVD en CDA (samen 120 van de 150 Kamerzetels) vinden het een goed idee de beschermde makelaarstitel, die in 2001 werd afgeschaft, weer te introduceren. Dit blijkt uit een artikel in Vastgoed.
In september 2009 presenteerde Vastgoed de conclusies van eigen onderzoek, waaruit bleek dat negen van de tien makelaars terugverlangen naar de officiële beëdiging door de rechtbank. Politiek Den Haag denkt er niet veel anders over dan de makelaars zelf.
Hartgrondig voorstander
Uit een rondje langs de politieke partijen blijkt dat SP en PvdA het sterkst voor terugkeer van de beschermde makelaarstitel zijn. “Ik ben hartgrondig voorstander van wettelijke verankering van de makelaarseed”, zegt Paulus Jansen, Tweede Kamerlid van de SP, de enige partij die in 2001 tegen de afschaffing stemde.
Toetreders niet weren
Jansen wordt nu echter volledig gesteund door Staf Depla (PvdA), die overigens vindt dat herinvoering van de beëdiging “geen oneigenlijk middel mag zijn om toetreders van de markt te weren”. Volgens Depla kan de beëdiging van makelaars integriteitsproblemen voorkomen (“iets wat van belang is vanwege de verwevenheid van onder- en bovenwereld in het vastgoed”) en zou de eed een “noodzakelijk kwaliteitswaarborg” kunnen zijn.
Consumentenbelangen te groot
“Door minimumeisen te stellen aan de opleiding, voorkom je dat allerlei non-valeurs zich makelaar noemen. Daarvoor zijn de belangen van de consument in deze sector te groot”, aldus Depla.
Wel een uniform register
Maar ook bij VVD en CDA is steun voor herinvoering van de beschermde makelaarstitel. Onder VVD-minister Annemarie Jorritsma (Economische Zaken) werd de makelaarseed in 2001 afgeschaft. “Van mij mag de makelaarseed terugkomen”, zegt nu echter VVD-Kamerlid Brigitte van der Burg. De VVD vindt dat er dan wel een uniform register voor beëdigde makelaars komen, terwijl de overheid het tuchtrechtsysteem van de makelaars moet gaan controleren.
Ceremonie
En ook het CDA is sinds 2001 van mening veranderd. “Ik sta niet afwijzend tegenover herinvoering van de eed”, aldus CDA-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven-Kok.
“De beëdiging kan bijdragen aan het besef van integriteit bij de individuele makelaar, vooral. Vooral als die met wat ceremonie omgeven is.”
NVM en LMV onder voorwaarden voor
Van de officiële makelaarsorganisaties is alleen VBO Makelaar tegen de officiële beëdiging van makelaars. NVM en LMV, die samen een ruime meerderheid van de georganiseerde makelaars vertegenwoordigen, zijn onder voorwaarden vóór.
Op 10 oktober wordt de NVM Open Huizen Dag gehouden. Daardoor heeft u als geïnteresseerde de mogelijkheid om vrijblijvend diverse woningen te bezichtigen.
Goed, scholieren worden nu gewaarschuwd hoeveel calorieën er in een blikje cola zitten. Dat staat op de drankautomaat, als je de tijd neemt om het te lezen. Nog beter zijn natuurlijk automaten met natuurlijke fruitsappen. Die zijn hier in Nederland niet te vinden. Wel in de Verenigde Staten, waar sinds 2006 vanuit San Diego het bedrijf YoNaturals opereert. In hun automaten vindt je 150 verschillen repen, zakjes met eten en drank. Het bedrijf richt zich ook nadrukkelijk op scholen. Het idee heeft in Europa dit jaar voor het eerst in Spanje navolging gekregen. Zelfs nog in een iets extremere vorm, want in de automaten van Lof zitten verse slabakjes, fruit, melk, sandwiches, gedroogde vruchten. En uiteraard koude soep: gazpacho.
De wokkel mag! Voor kenners van kleine windturbines is het een begrip. De verticaal om een as roterende windmolen, zonder wieken. In het Friese buitengebied mogen ze nu geplaatst worden, zo heeft de Provincie besloten. Ze moeten wel een ‘innovatief’ karakter hebben, zo stellen ze Friezen. En de wokkels mogen geen langere rotordiameter hebben dan maximaal twee meter. Na drie jaar gaat de Provincie de resultaten bekijken. Het slechte nieuws: grote windmolens zijn in het ‘buitengebied’ niet meer toegestaan, niet alleenstaand en niet in clusters. Met buitengebied bedoelen ambtenaren eigenlijk de bebouwde kom.
LEDs zijn al jaren te vinden in auto’s, stoplichten, bruggen en gebouwen. Maar een uitgebreide, gezellige variant voor de verlichting binnenshuis was er tot nu toe nog niet. Met de introductie van de ‘Retrofit-serie’ van energie-efficiënte LED-lampen die Philips deze maand op de markt bracht, is daar eindelijk verandering in gebracht. De nieuwe serie moet volgens Philips afrekenen met een aantal hardnekkige mythes die bestaan rondom spaarlampen. Dat ze hard en onaantrekkelijk licht geven bijvoorbeeld. Niet waar: voor iedere lichtsfeer bestaat nu een LED-lamp, ‘van zacht, warm en intiem tot helder en sprankelend’. Dat ze langzaam oplichten, nog zo een. Ook dat is verleden tijd: de LED-lampen van nu branden binnen enkele seconden op hun volledige sterkte.
De overheidsschuld is in de eerste zes maanden van dit jaar met ongeveer 10 miljard euro gestegen naar ruim 356 miljard. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. De schuldquote bedroeg 61,1 procent van het bruto binnenlands product, waarmee Nederland voor het eerst in 10 jaar de Europese bovengrens van 60 procent overschrijdt.
Gaat het slecht met de bouw? Niet met Daas Baksteen, uitvinder van de stapelbare ClickBrick. Architecten zijn dol op deze steen waar geen grammetje cement voor nodig is. “Onze machines kunnen niet meer productie draaien dan we nu moeten maken”, zegt commercieel directeur Arie van Zadelhoff. “We draaien zelfs in een tweeploegendienst. Sinds de introductie hebben we al 300 projecten gerealiseerd. Plus de eerste twee in Engeland.” En waarom kent de duurzaamheidswereld dit bedrijf met een wereldpatent uit Zeddam dan niet? Van Zadelhoff: “Wij komen uit een hoek van het land waar bescheidenheid een deugd is. Maar die publiciteit komt nog wel. De cementloze baksteen is bijna Cradle to Cradle gecertificeerd. Want zo’n muur breek je na 40 jaar weer net zo makkelijk af, dan je hem nu opzet. En dit jaar introduceren we ook nog een nieuwe steen, de DuEcoBrick. We laten dan zien dat we een steen kunnen bakken met 50 procent minder grondstoffen. En 50 procent minder transportkosten.”